Wet op het onderwijstoezicht

De Eerste Kamer heeft op 31 januari 2012 met algemene stemmen de nieuwe Wet op het onderwijstoezicht (WOT) aangenomen. De wetswijziging gaat in op 1 juli 2012 en betreft grotendeels de wettelijke vastlegging van de manier waarop de inspectie al een aantal jaren werkt. De Wet op het onderwijstoezicht geeft het kader waarbinnen de Onderwijsinspectie het toezicht kan vormgeven (zie het wetsvoorstel en de memorie van toelichting). Nu de wet wordt aangepast, zijn nieuwe taken en bevoegdheden formeel vastgelegd.

Allereerst verandert met dit wetsvoorstel de wijze van inspecteren. De grondslag voor risicogericht toezicht is nu formeel vastgelegd. Dit betekent dat het toezicht zich vooral concentreert op die scholen waar het risico op onvoldoende kwaliteit het grootst is. Het toezicht bij onderwijsinstellingen die goed presteren wordt daarmee verminderd. De inspectie werkt al enkele jaren zo. Uit een evaluatie uit 2010 blijkt dat deze werkwijze effectief is.

Daarnaast maakt de wet het mogelijk dat de inspectie tot op bepaalde hoogte gemandateerd wordt om sancties op te leggen. Verder wordt in de wet de taak van de inspectie verankerd om de rechtmatigheid van het financieel beheer van de bekostigde instellingen te beoordelen en ook de taak om toezicht te houden op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven. Bovendien wordt in de wet vastgelegd dat de kwaliteit van het onderwijspersoneel onderdeel uitmaakt van het kwaliteitstoezicht.

Ouderbijdrage
De wijziging van de Wet op het onderwijstoezicht leidt tevens tot een aanpassing van onder meer de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op de expertisecentra (WEC). De verplichtingen om met de ouders een overeenkomst over de ouderbijdrage te sluiten en een model van zo’n overeenkomst in de schoolgids te zetten, vervallen. Wel dient duidelijk in de schoolgids te staan dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Bovendien blijft het verplicht om het beleid rondom de ouderbijdrage met de medezeggenschapsraad af te stemmen.

Ten slotte wordt in de WPO en WEC opgenomen dat scholen zorgen voor een personeelsbeleid dat is gericht op duurzame borging van de kwaliteit van het onderwijspersoneel. Wat dit precies betekent voor het toezicht, wordt nog uitgewerkt in de toezichtkaders van de inspectie.

Bron: Rijksoverheid